Search

Gastcollege voor verpleegkundigen

“Ik heb het gevoel dat ik mezelf niet mag zijn.”, zegt een ‘Kim’ opeens groot midden in het scherm. De jongedame in grijs jogging pak met blonde staart op haar hoofd doet me denken aan Janna. Die heeft ook een palmboompje op haar hoofd en komt net zo pittig over. Ik ga er eens goed voor zitten en leun voorover op onze kantoortafel. “Jij zegt wel dat je liever een gewoon mens aan je bed had gehad, maar mij wordt geleerd om professioneel te zijn. Dat is niet hetzelfde”. “Wat ik wil, wil niet iedereen.”, reageer ik rustig, terwijl ik angstvallig naar het schermpje van de opleidingsmanager tuur. ‘Kim’ verwoord precies mijn zorg, maar ik wil, in mijn eerste bijdrage, de academie niet in verlegenheid brengen. “Marieke, wil jij er iets over zeggen?”. Het vlakje van de manager blijft zwart met het symbool voor geen geluid erop.


Ik ben door de interne academie van het Johannesziekenhuis gevraagd om als ervaringsdeskundige een kort college te geven over contact maken in de zorg en de dilemma’s van het afwijken van vastliggende systemen. Het is door omstandigheden in een online omgeving wat niet helpt in het contact maken. Ik zou normaal direct het gesprek met de deelnemers zijn aangegaan, maar ben nu begonnen met een presentatie van ruim een half uur die vorige week op een zorgconferentie goed is bevallen. Ik heb nog een half uur ingepland voor onderlinge gesprekken, maar heb de knop voor break-outrooms niet kunnen vinden. Dus we zitten in mijn nachtmerrie: een plenair online gesprek.


“Nou, dat is natuurlijk niet de bedoeling. Goed dat we het erover hebben!”, zegt Marieke die plotseling vrolijk in het scherm verschijnt. Ik ken haar van een opleiding en vond haar daar juist persoonlijk en afwijkend, maar wellicht is ze hier in haar rol van manager wel anders. “Zijn er nog mensen die hier heel anders naar kijken?”, probeer ik ruimte te geven aan andere geluiden. Zo komt die introductiecursus Deep Democracy toch nog van pas. Ik kijk naar de achttien verpleegsters en verplegers in opleiding. Het valt me mee dat slechts een enkeling erbij is gaan liggen. Niemand is afgehaakt tijdens mijn presentatie, stel ik tevreden vast. “Ik vind het eigenlijk wel prettig anoniem. Ik doe mijn witte jas aan, en doe gewoon mijn werk.”, zegt een jongedame met nasale stem, “Met iedereen contact maken is echt veel te vermoeiend. Weet je hoeveel mensen ik zie op een dag?”. Vele kleine hoofde op het scherm lijken te knikken. “Ik zou wel willen, maar zoveel tijd hebben we gewoon niet”, vult een vriendelijk ogende jongeman met hippe kuif aan. “Zijn ze betrokken bij dit onderwerp of doen ze zo actief mee omdat Marieke erbij is?”, mijmer ik over de aanwezigheid van iedereen, terwijl ik kansloos de laatste druppel koffie uit mijn Schiermonnikoog mok probeer achterover te slaan. De druppel rolt te langzaam naar beneden en ik zet de mok teleurgesteld terug tussen alle rommel op het bureau. Het is best fris op de zolderkamer en ik zoek een kussen voor mijn koude voeten. Dat dubbelglas moet er echt snel komen, stel ik wederom vast. “Hoe is het contact met je familie en vrienden eigenlijk?”, betrekt een oudere dame, met een clean desk policy kantoor als achtergrondje, me weer bij het gesprek, “Eenzaamheid kwam vaak terug in je verhaal.”. “Het probleem is denk ik niet het gebrek aan aandacht. Er zijn zóveel mensen bij mij langs geweest. Veel meer dan normaal. Dus geen gebrek aan aandacht.”. In mijn gedachten zie ik het gevulde Grote Rutger Bezoekersschema voor me, en ben ik weer even met mijn ouders met een cappuccino – sterkte drie in de ruimte van de Ochtendoriëntatie. Ik voel tranen opkomen, en haal diep adem. ”Iedereen was bijzonder aardig. Echt geweldig.”, vervolg ik mijn verhaal, ”Dus daar ligt niet aan. Alleen, aan het einde van de dag moet jij alleen door. Dat kan ook niet anders, want jij zit daar met je defect en de rest gaat weer vrolijk naar huis om vijf uur of na bezoektijd. Er mist trouwens een goede bar, maar dat terzijde. Verplegers heb ik relatief veel gezien gedurende de dag. Weet dat jullie zeer belangrijk zijn in het meer continue contact, terwijl het waarschijnlijk niet in je functieprofiel staat. Artsen heb ik bijna niet gezien, een psycholoog stond voor een half uurtje per week ingepland, en mijn vriendin probeerde ons gezin aan de gang te houden. Blijf alsjeblieft gewoon mens en maak zo nu en dan, al is het maar heel even, echt contact. Vraag zo af en toe ‘hoe gaat het met je?’ Maar dan gemeend. Het hoeft niet lang te duren. Het lijkt me ook leuker voor jullie zelf trouwens. Nu we het er toch over hebben: Hoe gaat he nu met jullie?”. Een stilte vult ons hoekje het wereld wijde web.

Ik kijk naar het klokje onderin het scherm. We hebben nog drieëntwintig minuten te gaan. Door de kleine plaatjes kan ik niet goed zie hoe het met iedereen is. Ik weet niet goed meer wat we moeten doen. Ik vind het gesprek zeer interessant door de verschillende geluiden, maar wat zijn de normen en regels in deze academie? Mag ik eerder stoppen? Hoor ik opdrachten te geven? Wanneer doe ik het goed? Dat had ik toch vooraf toch wel even moeten vragen. Mijn voorbereiding schiet danig tekort. Al ruim twintig jaar begeleid ik groepen, maar plotseling voel ik me weer een onzekere beginner. “Sukkel.”, gaat het door mijn hoofd. “Marieke ik ben eigenlijk wel klaar…”, begin ik voorzichtig. Het schermpje van de manager staat echter op zwart en ik voel de ogen van de deelnemers op me gericht. “Dus, ehm, tja.”, stamel ik, “Ik kan de tijd wel vullen omdat het rooster dat zegt. Maar het lijkt me waardevoller dat iedereen individueel de komend twintig minuten gebruikt om na te denken over wat voor professional je wil zijn.”




7 views0 comments

Recent Posts

See All